Seksuele intimidatie in de sport


Normaal gesproken doen leden van het “koninklijk” huis en aangetrouwde hulptroepen er niet toe en schenken wij er geen aandacht aan.

Maar als het van pas komt en het levert voor de “constitutionele monarchie” en/of neporanjes negatieve nieuwswaarde op, dan zijn we er als de spreekwoordelijke kippen bij om er republikeinse garen bij te spinnen. In de gemankeerde grondwet voor de Nederlanders krijgen we daarvoor de ruimte via Artikel 7 en de onschendbaarheid van deze zelfbenoemde majesteiten (‘verhevenen’) en ander gespuis. Deze onschendbaarheid geeft ons de mogelijkheid onze gedachten de vrije loop te laten, want wegens hun grondwettelijk in 1848 bepaalde onschendbaarheid zijn ze immers toch niet te beledigen, te beschadigen of anderszins leed te berokkenen. Andersom is natuurlijk weer een ander verhaal.

In een hoogst zeldzaam geval levert het ook wel eens belangrijk nieuws op, dat bijdraagt aan het algemeen welzijn, u zult het niet geloven.  Toch komt het wel eens voor. Zoals onlangs in het geval van professor P. van Vollenhoven, die zijn mening geeft over het veelbesproken onderwerp “Seksuele Intimidatie en grensoverschrijdend gedrag in de Sport” en aanverwante onderzoeken en (schijn)oplossingen.  Een heikel onderwerp, want men heeft het er niet graag over in de sportwereld. Dat betekent het hanteren van doofpotten, vegers en tapijten en contra-intimidatie tegen slachtoffers, om erger te voorkomen.

Omdat er zoveel druppels waren die de emmer hebben doen overlopen, is er uiteindelijk dan toch een onderzoekscommissie opgetuigd die voor aanbevelingen moest zorgen. De voorzitter van die commissie is oud-minister Klaas de Vries. Onder zijn leiding is er een lijvig rapport tot stand gekomen met resultaten van het onderzoek en een aantal dringende adviezen om wantoestanden in de sport in de toekomst te voorkomen.

Klaas de Vries – minister van binnenlandse zaken op 6 mei 2002 – de dag van de moord op Pim Fortuyn, eindverantwoordelijk voor diens veiligheid. Het zweet brak hem aan alle kanten uit toen hij de verklaring schuldig moest blijven waarom eerdere waarschuwingen door zijn ministerie in de wind waren geslagen. Er werd uiteraard een onderzoekscommissie ingesteld, het is u inmiddels bekend dat onderzoeken in Nederland zijn bedoeld als doofpotprocedures. Er is nooit antwoord gegeven op de vraag waarom de vermeende moordenaar door een volledig uitgeruste ME-eenheid zelfs eerder in de kraag is gevat dan dat reanimatiepogingen op de zwaargewonde Fortuyn konden worden toegepast: “Het hek wilde niet open”. De ME-eenheid was daar “toevallig” en niemand had de sleutel van het hek – ook “toevallig”. Voer voor misdaadjournalisten dus – nooit meer wat van gehoord. Strikt verboden terrein voor waarheidsvinding. Velen beweren dat met de moord op Fortuyn de democratie is doodgeschoten. Wij zeggen altijd, dat de van begin af aan zieltogende democratie op die dag waarschijnlijk het genadeschot heeft gekregen, geëuthanaseerd als het ware.

Deze ex-minister Klaas de Vries heeft dus een onderzoek gedaan naar misstanden in de sport. De rode draad is het oorzakelijk verband tussen “de verhalen van slachtoffers [sic]” en de reactie daarop. De term “verhalen” duidt overigens al op een grove onderschatting van het probleem. Met een “verhaal” kan van alles en nog wat zijn bedoeld, zoals sprookjes en andere verzinsels. Het zijn geen “verhalen”, het zijn aanklachten die uit moeten monden in “aangiften”. Is ook in dit geval onderzoek synoniem aan doofpotprocedure? Van Vollenhoven zet ons (onbedoeld, waarschijnlijk) op het spoor.

Allereerst enkele conclusies van het rapport:

  1. Binnen het beleid van sportverenigingen worden risico-factoren niet aangepakt, zoals het beschermen van kwetsbaar jong talent.
  2. Er is weinig interesse in de samenwerking tussen sportbonden, onderwijs, gemeenten en bevoegde instanties, doorgaans wordt dit geweten aan tijdgebrek en het “werken met vrijwilligers” waarvan velen het er ook maar een beetje (voor de lol?) bij doen.
  3. Grensoverschrijdend gedrag in algemene zin is een onderbelicht thema bij trainers- en coachopleidingen. Sportbonden stimuleren, maar dwingen niets af.
  4. Verenigingen staan er teveel alleen voor. Er ontbreekt bij die verenigingen een gevoel van urgentie. Er is ook geen goede samenwerking en/of wisselwerking met de overkoepelende organisaties, zoals bonden en instanties.
  5. Er is een gemis aan een eenvoudig stappenplan voor sportverenigingen. Te weinig “visuele tools”, zoals appjes, videootjes, tekenfilmpjes, etc.

Kort samengevat is de tendens van de conclusies van het rapport, dat sportverenigingen geen of amper steun ondervinden van de sportbonden waar men bij is aangesloten. Veel wordt “opgelost” door eigen ervaring en het wegwerken van de problemen door er niets aan te doen. Een belangrijke conclusie wordt echter vergeten. Dat is namelijk de signalering omtrent de kwaliteit van het bestuur van een vereniging, de kwaliteit van het huishoudelijk reglement en de kwaliteit van de vrijwilligers. Dit maakt een vereniging kwetsbaar en werkt ongewenste situaties in de hand. De meest ongewenste situatie is het wegmoffelen van problemen als grensoverschrijdend gedrag van vrijwilligers, sporters en ouders.

Tenslotte komt het rapport met  een serie aanbevelingen (“Richtingen voor de toekomst”), ontstaan uit brainstormsessies met allerlei deskundigen en bestuurlijk verantwoordelijken; expliciet wederom níet met slachtoffers.

Bovendien schijnt alles met “de app” te moeten worden gecommuniceerd, daar word je compleet beroerd van. Meteen ligt dan ook alles vast tot in de eeuwigheid en het zal je blijven achtervolgen. Geloof niet wat de makers van die wegwerptroep u wijs proberen te maken: het hele internet is een spionage-instituut, anders was het er niet eens geweest.

Verder met het rapport van Klaas de Vries.

Richtingen voor de toekomst:

  1. Het bespreekbaar maken van omgangsvormen en het afdwingbaar en eenvoudiger maken voor betrokkenen. Door bijvoorbeeld enquêtes in te voeren en beleid daarop af te stemmen.
  2. Betrek jonge sporters en ouders. Laat kinderen aan het woord, laat teams hun eigen gedragsregels opstellen, laat ouders aangeven wat hun ervaringen zijn.
  3. Seksuele integriteit van de begeleiders moet gewaarborgd zijn. Sport- en bondsopleidingen moeten in het opleidingstraject meer ruimte geven aan het voorkomen en signaleren van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ook gemeenten zouden een rol moeten vervullen.
  4. Laagdrempelige en bereikbare opvang dooreen vertrouwenscontactpersoon. Belangrijk: zorg dat de VCP bekend is bij de leden en makkelijk bereikbaar via WhatsApp.
  5. Het bestuur van een vereniging zou externe hulp moeten krijgen om te voorkomen dat alles “intern word geregeld en opgelost”. Ook een visueel stappenplan, definiëring van grensoverschrijdend gedrag, urgentie neerzetten via media, sociale media, WhatsApp, etc. Gemeenten moeten financieel bijspringen om de VCP op te leiden en bij te scholen.
  6. Pleidooi voor samenwerking met landelijke overheden, NOC-NSF, sportbonden, overkoepelende organisaties, gemeenten, GGD, landelijke kennis-centra.

Tot zover een beknopt overzicht van conclusies en aanbevelingen. In de kern van de zaak komt de commissie met dooddoeners en trapt links en rechts open deuren in. In een cultuur van het bestrijden van intimidatie (bijvoorbeeld het gedrag van vrijwilligers) door contra-intimidatie (bijvoorbeeld het leggen van de schuld bij het slachtoffer) helpt het niets om er allerlei instanties bij te betrekken, er veel te oppervlakkig over te praten, App-groepjes initiëren en leuke videootjes te maken. Er wordt niet of nauwelijks gesproken over KEIHARDE sancties en strafmaatregelen tegen de daders en daarmee sluit De Vries zich aan bij het probleem. Zijn onderzoekscommissie is nu mede een belangrijk deel van het probleem geworden.

Terug naar Van Vollenhoven. In het rapport wordt gesuggereerd dat er een MELDPLICHT moet komen als er sprake is van grensoverschrijdend gedrag. En dat is nog niet eens het ergste, het moet worden gemeld worden bij de vereniging, hetzij het bestuur, hetzij bij de vertrouwenscontactpersoon, die veelal verenigingslid is. Ingeval er sprake zou zijn van het “verzaken van deze meldplicht”, heeft het slachtoffer een probleem. Wat in de praktijk al gebeurt, namelijk dat slachtoffers vaak een daderprofiel krijgen opgeplakt, wordt met een opgelegde meldplicht ook nog eens geformaliseerd.

Hiertegen ageert ook Van Vollenhoven als hij zegt, dat er geen verplichting moet komen en dat er een centraal meldpunt voor dit soort gevallen moet worden ingesteld. Want, zo meent hij: “Bij verenigingen is de kans levensgroot dat alles weer onder het tapijt terecht komt en de slachtoffers (melders) worden geïsoleerd.” Hij heeft gelijk.

Ziet u nu hoe langzaam maar zeker de zaken geraffineerd worden omgedraaid?

Een slachtoffer van (seksuele) intimidatie wordt opgezadeld met een verplichting en de verenigingen met hun bestuur ontspringen de dans. Wie wordt er nu gestraft? Als het slachtoffer niet heeft gemeld, dan wordt hem of haar later verweten, dat “je dat dan maar wél had moeten doen.” Met andere woorden, het is je eigen schuld dat je leven is verpest?

Het bevorderen van het gebruik van sociale media en WhatsApp heeft als groot nadeel, dat normaal communiceren niet meer mogelijk is. Het werkt daarentegen “digitaal pesten” juist in de hand en kan soms escaleren tot buitenproportioneel verbaal geweld. Bovendien is het fotograferen van anderen zeer gemakkelijk geworden, omdat iedereen een “smartphone” heeft, waar soms ook nog wel eens mee wordt gebeld.

Binnen verenigingen zijn de sporters onderling niet zozeer het probleem, als wel de vrijwilligers (trainers, coaches, bestuurders) die in een gezagsverhouding met de sporters omgaan. Er wordt zoveel mogelijk getracht het ouderlijk gezag te omzeilen “in het belang van de sporter en de club”. Ouders van leden worden ‘medeplichtig’ gemaakt door ze als vrijwilliger mee te laten delen in de belangen van de club, al of niet min of meer gechanteerd met “de belangen” van hun kinderen. Er is altijd behoefte aan “rust in de tent” en daar moeten nogal wat morele principes voor wijken. Ook belangen van sponsoren en subsidieverstrekkers spelen een grote (corrumperende) rol in het stil houden van ongerechtigheden. Negatieve publiciteit trekt nu eenmaal geen financiers aan.

Een praktijkgeval.

Iemand is in de kleedkamer van de club heimelijk gefotografeerd, maar weet niet door wie. Er wordt aangifte bij de politie gedaan en een vermoedelijke dader wordt na enig speurwerk geïdentificeerd en verhoord. De verdachte blijkt een vrijwillige begeleider te zijn die uit liefde voor zijn club “veel tijd in het verenigingsleven heeft gestoken”. Na een bekentenis blijkt dat er vele jaren voorafgaand aan het incident stiekem nog veel meer foto’s zijn gemaakt, zodat er nog enkele aanvullende aangiftes volgen. Er zijn echter ook ouders van kinderen die ervoor kiezen geen aangifte te doen, om de “integriteit van hun kinderen te beschermen”, zoals dat heet. De dader is veroordeeld tot een jaar dwangverpleging, daarna moet er sprake van genezing zijn en kan er weer op normale manier aan het maatschappelijk verkeer door de veroordeelde worden deelgenomen. Ondertussen is binnen de club grote commotie ontstaan en voelt het bestuur zich “genomen” omdat de aangifte niet via het bestuursorgaan is verlopen. De dader is uit beeld geraakt, het slachtoffer vervult de rol van dader, steeds in toenemende mate en steeds openlijker. De situatie wordt pas echt onhoudbaar als het bestuur wordt gewezen op wanordelijk beleid en vooral het beschermen van “de club” ten koste van “een aangever” die aldus alsnog geslachtofferd wordt. De club voelt zich aangevallen door een “ontrouw” individu en met man en macht wordt geprobeerd “de verrader” het leven onmogelijk te maken. Men wil ervan af, want “we moeten als vereniging immers door kunnen?” Er is niemand van de leden meer die het nog durft op te nemen tegen de de massa die er het zwijgen toe doet en het bestuur dat het grote zwijgen waardeert en beloont. Wanbestuur en misdragingen worden aldus verheven tot net nieuwe beleid en liefde voor de club.

In Nederland is er een zogenaamde “klokkenluidersregeling”.  Het Nederlandse recht zoals dat wordt toegepast is het zogenaamde “daderstrafrecht” en redeneert consequent vanuit het daderprofiel, waarbij de slachtoffers slechts een marginale rol krijgen toebedeeld.

Het werk van Klaas de Vries en zijn onderzoeksteam bevestigt dat nog eens.  Hij conformeert zich aan de bestaande rechtsstaat met als gevolg dat er van alles wordt vastgelegd en aangestipt, behalve waar het écht om gaat: de strafmaat van de dader(s). Uiteraard zal hij aanvoeren dat dit geen deel van “zijn opdracht” was, doch die vlieger gaat niet op.

Bij een vereniging moet de zwaarste sanctie zijn, dat de dader levenslang wordt uitgesloten van lidmaatschap en vertoning binnen een straal van 20 kilometer. De rechtsstaat moet de dader een levenslange aantekening op zijn of haar paspoort of ID bewijs bezorgen, ook nadat de straf is uitgezeten. Vooral het vergrijpen aan (kleine) kinderen moet zonder aanzien des persoons worden gestraft met levenslange maatregelen die bij herhaling wordt omgezet tot levenslange opsluiting met dwangverpleging en -arbeid. Iedere verzachtende omstandigheid is een levensgevaarlijke bedreiging voor de kinderen en moet worden uitgesloten. Dat kan alleen, meneer De Vries door levenslange uitsluiting van het normaal geachte maatschappelijke verkeer.

Dat had deze onderzoekscommissie best wel even kunnen aangeven om te zorgen dat er daadwerkelijk iets verandert. Een beetje meer medeleven met de slachtoffers had op zijn plaats geweest.

Maar de club van Klaas heeft helaas de ballen niet om de koe bij de hoorns te vatten.

En dat is dat de dader moet worden gestraft en niet het slachtoffer.

Door de regelingen die er in dit land zijn wordt helaas gestimuleerd de boel maar onder het tapijt te vegen en te zwijgen. Geen reuring binnen de vereniging, dat is beter voor de geldstroom. Men gaat prat op de maatschappelijke functie van verenigingen, helaas wordt het tegendeel bereikt door slap gehannes en benauwd besturen door amateurs met een dubbele agenda.

Het werk van Klaas de Vries is nog lang niet af.

Wie durft het op te pakken waar hij het heeft laten liggen?

Nog wat interessant leesvoer voor “fans van de rechtsstaat Nederland”:

Ela Hutten – ONDER WATER

Hieronder het volledige rapport van de Commissie De Vries:

RAPPORT DE VRIES pdf

Advertenties

6 gedachtes over “Seksuele intimidatie in de sport

  1. Pingback: Onderzoek Klaas de Vries naar seksueel misbruik in de sport mist doel – HERSTEL DE REPUBLIEK

    • Dank u.
      Opvallend dat op dit artikel niet wordt gereageerd. Geeft te denken. “Republikeinen” zien blijkbaar maar één probleempje in dit land.

      Like

Uw bijdrage

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s