Waarom Nederland in 1940 niet neutraal kon zijn


Tijdens de Eerste Wereldoorlog deed Nederland niet mee aan het eerste bedrijf van de Grote Vernietigingsoorlog (1913-1989) tegen de erfenis van Otto von Bismarck. Ook in de aanloop naar het tweede bedrijf werd beweerd dat ons land een strikte neutraliteitspolitiek voerde.

Vaak wordt vergeten, dat de positie van Nederland sinds 1815, bij het Congres van Wenen is bepaald door de overwinnaars van Napoleon als bufferstaat, aangestuurd vanuit The Crown in Londen. Een deel van de koloniën mochten voorlopig nog worden aangehouden en uitgemolken, 150 jaar later was ook dat voorbij. De werkelijke regering zetelt in Londen, niet in Den Haag, niet in Brussel en ook niet in Washington. De functie van Stadhouder (stedehouder, plaatsvervanger) is sinds 1815 in ere hersteld, met het verschil dat er een monarchaal sausje overheen is gegoten. Om deze (erfelijk) stadhouders in de greep te houden worden ze bevoordeeld met weelde en rijkdom en daarmee corrupt gehouden.

Er is niets nieuws onder de zon, alleen wij mogen het niet zien.

In WO I bleef Nederland neutraal door alle partijen in het conflict tevreden te houden. De strijdkrachten werden 4 jaar lang gemobiliseerd gehouden en de hongersnood lag regelmatig op de loer. Bovendien moesten een miljoen vluchtelingen uit België worden onderhouden, de beruchte “doodendraad” langs de Belgisch-Nederlandse grens maakte een einde aan de vluchtelingenstroom. Als dank wilde België overigens na de oorlog Zeeuws-Vlaanderen en Nederlands Limburg inlijven als ‘genoegdoening’. Het kwam bijna weer tot schermutselingen aan de grenzen. Deze typisch paepsche streek vond echter geen doorgang.

In de aanloop naar het tweede bedrijf (1939-1945) werd er weer gepropageerd, dat Nederland ten koste van alles buiten een conflict wenste te blijven. In Londen is anders bepaald. Ons land kón nooit neutraal blijven om twee redenen. De eerste reden is dat Nederland onderdeel uitmaakt van een internationaal netwerk, zoals gemeld sinds 1815. De Lage Landen zijn optisch cadeau gedaan aan het huis van Oranje-Nassau, dus de hand die geeft pakt het net zo makkelijk weer af. De tweede reden is een financiële reden. In die aanloop naar het vervolg op WO I zijn ongezien “fouten” gemaakt die het officiële verhaal ontmantelen. De grootste blunder was het zogenaamde “Venlo incident”, een dag na de aanslag op Hitler in 1939. Geschiedschrijvers blijven maar jammeren dat dit incident dé aanleiding was om Nederland aan te vallen op 10 mei 1940. Daarbij vergeten die geschiedschrijvers er een aantal andere, niet zo in het oog lopende zaken te vermelden.

De feiten.

  1. Engeland en Frankrijk waren sinds 1 september 1939 in oorlog met Duitsland. Gek genoeg (?) niet met de Soviet Unie die samen met Duitsland Polen verdeelde en Finland aanviel. Daar was aan de Noordzee nog niet veel van te merken, doch in het noorden van Frankrijk werd een formidabel invasieleger in gereedheid gebracht: Fransen, Britten, Canadezen, etc. In mei 1940 telde dat leger 2 miljoen man en was vele malen beter bewapend dan dat van Duyitsland. Uiteraard werd er beweerd dat dit leger diende om Frankrijk te verdedigen, maar zo werd het door de heer A. Hitler c.s. niet opgevat en heeft zich uit de tent laten lokken door Polen aan te vallen.
  2. Zweden was hofleverancier van ijzererts van Duitsland. Ook diende het als doorvoerhaven voor bijvoorbeeld Amerikaanse Ford-motoren voor Duitsland gedurende de gehele oorlog. Vanuit de Zweedse mijnen werden ’s winters de vrachtschepen in Narvik (neutraal Noorwegen) geladen en konden via de neutrale wateren van Noorwegen en Denemarken naar Duitsland komen. Van dat ijzer werd dus niet alleen hoogwaardig bestek en botervloten vervaardigd. De Britten legden in de (neutrale) territoriale wateren van Noorwegen rond Narvik een mijnenveld aan, met hun “Operation Wilfred”. Het vervolg zou zijn “Plan R 4”, de bezetting van Narvik. De Noorse regering protesteerde formeel, maar stemden er in toe en verspeelden daarmee hun neutraliteit. Op 8 april 1940 lanceerde Hitler de aanval op Denemarken (een oorlog van 30 minuten) en Noorwegen. Duitsland speelde de Britten in de kaart met deze invasie, vanaf dat moment was het op zee “totale oorlog”.
  3. Terwijl Nederland nog steeds beweerde neutraal te zijn, werd het luchtruim in de aanloop naar de meidagen honderden malen door Britse oorlogsvliegtuigen geschonden. Maar Nederland gaf Duitsland de schuld, welke beschuldigingen door Duitsland vrij snel via diplomatieke kanalen werden ontzenuwd. Een land kan alleen haar neutraliteit bewaren als na herhaalde schendingen een toestel uit de lucht wordt geschoten.
  4. De organisatie van de verdediging van Nederland was alleen gericht naar het Oosten.

Op het oog en met lippendienst beleden neutraliteit was dus een farce. In Rotterdam wemelde het van leden van de Engelse geheime dienst, die geen strobreed in de weg werden gelegd.

Grootzakelijke belangen waren de grote drijfveer achter deze non-politiek door in het bijzonder hare majesteit de koningin. Het mag bekend worden verondersteld, dat mevrouw grote belangen had in zo ongeveer alle ondernemingen van enig formaat. De Staatsmijnen, Spoorwegen, BPM (Shell), KLM, Hoogovens, NHM, Billiton en verschillende grootbanken.

Dealtjes maken met Roosevelt

Terwijl Royal Dutch Shell onder leiding van de “Napoleon van de Olie” Sir Henry Deterding Duitsland vrolijk door leverde (en met miljarden sponsorde, om niet achter te blijven bij Wall Street), was het bedrijf ook gevestigd op de Antillen en werd alle olie uit Venezuela daar geraffineerd. ALLE Britse vliegtuigen vlogen de gehele oorlog op 60% van de productie van deze raffinaderijen. De rest ging naar de Amerikanen.

Van de website De Antillen in de Tweede Wereldoorlog ontlenen wij het onderstaande:

https://www.bevrijdingintercultureel.nl/bi/illsutraties/maracaibo.jpg

De Antillen in WO II

Olie en de geallieerde troepen
Aruba en Curaçao hebben een speciale rol gespeeld tijdens de oorlog, waarvan maar weinigen op de hoogte zijn. Aruba en Curaçao hadden olieraffinaderijen die Engelse, Franse en Amerikaanse vliegtuigen bevoorraadden.


Boortorens in de lagune van Maracaibo
Foto: Ewing Galloway (Bos & Van Palen Platenatlas)


Voor de olie, die uit het Venezolaanse meer van Maracaibo werd gewonnen (sinds 1914), hadden de oliemaatschappijen havens en opslagplaatsen nodig. Venezuela en de oliemaatschappijen kozen voor het nabijgelegen Aruba en Curaçao. Daar was men verzekerd van goede havens en politieke rust. De Koninklijke Olie (KNPM)/Shell vestigde in 1918 op Curaçao een grote raffinaderij; het kreeg de naam van de plek, het schiereiland Isla aan de haven van Willemstad. Op Aruba zette de maatschappij in 1928 een kleine installatie neer, Eagle, niet ver van Oranjestad. Belangrijker waren de activiteiten van Pan American Petroleum met zijn Lago Oil & Transport Co. Deze deed al vanaf 1924 olieoverslag op het eiland (via een pier bij Oranjestad) en diepte in Sint Nicolaas de natuurlijke haven uit. In 1929 opende daar ook de Lago-raffinaderij die zou uitgroeien tot een van de grootste ter wereld. De onderneming wisselde enkele malen van eigenaar en viel vanaf 1933 onder Esso (Exxon). Al in 1939 voorzagen de raffinaderijen op de twee eilanden in 43% van de oliebehoeften van de Engelsen en de Fransen, en voor 80% in die van de Britse Royal Air Force alleen (kerosine). De Amerikaanse invasie in Noord-Afrika (1942-1943) draaide voor 100% en de strijd in de Pacific (1944-1945) voor 75% op de brandstof uit de Antilllen.

Van de website Suriname in de Tweede Wereldoorlog ontlenen wij het volgende.

Suriname in WO II

Bauxiet en de komst van US-troepen

De Aluminium Company of America (Alcoa) had in 1916 de toen bekende bauxietgronden in Suriname opgekocht – vooral rond Moengo, langs de rivier de Cottica. Bauxiet is een ertssoort die wordt gebruikt voor het maken van aluminium en daarmee voor het bouwen van onder andere vliegtuigen. Vanwege de Tweede Wereldoorlog nam de export toe. Niet ver van Paramaribo, in het district Para, had Alcoa langs de Surinamerivier sinds 1938 een nieuwe vestiging in voorbereiding. Tussen het bedrijf en de hoofdstad bouwde men de nog steeds bestaande, enige ‘Highway’ van Suriname. In februari 1941 opende gouverneur Kielstra de Paranam-fabriek. Vervolgens verscheen ook het Nederlands-Indische bedrijf Billiton op het toneel. In 1943 leverden de mijnen van Suriname 60% van de bauxiet-behoefte van de VS. Een jaar later kwam daar echter de productie in de staat Arkansas op gang en werd het aandeel kleiner.


Bauxietwinning in Moengo (foto: Bos & Van Palen Platenatlas)

De Verenigde Staten wilden na het uitbreken van de oorlog niet dat deze strategische grondstof en de installaties van Alcoa in handen van een andere partij zouden komen. Die vrees was niet zonder grond. Frans-Guyana viel onder de Duitsgezinde Vichy-regering en er waren veel Duitse immigranten in Zuid-Amerika. Roosevelt bood daarom op 1 september 1941, nog voordat de Japanse aanval op Pearl Harbor de Amerikaanse oorlogsverklaring uitlokte, koningin Wilhelmina aan om 3.000 US-infanteristen met luchtafweergeschut in Suriname te stationeren. De Nederlandse oorlogsregering en gouverneur Kielstra werden verrast maar moesten de ‘hulp’ accepteren. De militairen zouden (formeel) onder Nederlands opperbevel komen te staan en door Nederland worden betaald. De eerste troepen kwamen op 25 november 1941 aan. Voor het eind van het jaar waren het er duizend, en in 1943 ruim tweeduizend.

Meer dan de helft van ALLE Amerikaanse vliegtuigen werden gedurende de oorlog tot aan 1944 met Surinaams bauxiet geproduceerd.

In WO I werd door Nederland als “neutraal” verstaan het leveren van de strijdende partijen van drugs. De Nederlandse Cocaïne Fabriek was via de Koloniale Bank eigendom van dezelfde koningin Wilhelmina. Terwijl in 1917 het Amsterdamse Aardappeloproer werd neergeslagen, werden de amphetaminepillen naar de verschillende fronten verscheept. Op die manier is de oorlog ook nog eens verlengd, waarschijnlijk.

14 mei 1940 – Rotterdam in puin

Om haar megawinsten, ergo: de belangen van “Het Huis van Oranje” in een volgend conflict veilig te stellen, moest Nederland eenvoudig wel meedoen met de geallieerden. Die keus was een zakelijke en allang gemaakt, ondanks alle misleidende praatjes voor het publiek. De neutraliteitsgedachte was bedoeld om Duitsland om de tuin te leiden, in verband met de komende Frans-Britse aanval op het Ruhrgebied. Die aanval werd voorbereid met een omtrekkende beweging door de Lage Landen. Door de Nederlandse verdediging naar het oosten te richten moest worden voorkomen dat Duitsland snel een tegenaanval kon organiseren. Door de Blitzkrieg viel dat verhaal in duigen. In 1944, met de Slag om Arnhem is dat nog eens geprobeerd en faliekant mislukt door verraad en pech. Met deze marchanderende neutraliteitspolitiek werd Nederland in de frontlinie geplaatst en gebeurde dat in Nederlands Indië op 1 december 1941 nogmaals, toen onderdelen van het KNIL onder bevel van de Engelsen werden gesteld. Alsof algemeen bekend was dat een week later Pearl Harbor zou worden aangevallen door Japan.

Hopelijk hebben we hiermee duidelijk gemaakt dat Nederland nimmer zelfstandig kan opereren en dus ook nimmer meer neutraal kan zijn, zolang er elders aan de touwtjes wordt getrokken. Dat was toen zo en dat is nog steeds zo: wij Nederlanders gaan nergens meer over.

Advertenties

Uw bijdrage

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s